HELP het is lente!
Eventuele gelijkenissen met bestaande personen, situaties, gebeurtenissen of meldingen zijn geheel onbedoeld en berusten op louter toeval. De gesprekken zijn verzonnen en niet serieus te nemen ;-)
Bij SociaalPlus krijgen wij in deze periode signalen binnen van mensen die constateren dat de lente zich heeft aangediend. En niet op bescheiden wijze. Nee, nadrukkelijk! Met bloei en geluid. Met licht en met stuifmeel enzo.. En met een irritant soort opgewektheid waar lang niet iedereen om heeft gevraagd.
“Goedemorgen u spreek met uw gemeente.”
“Ja, met mij. Ik wilde doorgeven dat de boom tegenover ons roze is uitgeslagen.”
“Bedoelt u misschien bloesem?”
“Dat zijn uw woorden. Ik houd het liever bij de feiten.”
“En de feiten zijn?”
“Dat die boom gisteren nog kaal was en nu net doet alsof er een bruiloft aan de gang is.” “Het is allemaal nogal ehhh “in your face.”
Kijk, dan weet je: het voorjaar is serieus begonnen.
Ook vogelgeluiden zorgen ieder jaar opnieuw voor spanningen in de samenleving. Maandenlang hoor je niks. Dan ineens, zonder oefenperiode, zit er om 04.58 uur een merel in de dakgoot alsof hij het ochtendreveille persoonlijk op zich heeft genomen. Of een duif kondigt luid en persistent aan dat hij op liefdespad is.
“Goedemorgen u spreek met uw gemeente.”
“Er zit hier een vogel.”
“Dat komt vaker voor, mevrouw.”
“Ja, maar deze is aanhoudend.”
“Wat bedoelt u precies met aanhoudend?”
“Alsof hij iets te bewijzen heeft.”
“Een merel?”
“Geen idee, maar het is erg irritant”
“Goedemorgen u spreek met uw gemeente.”
“Ja, hallo, ik heb hier een duif die de hele ochtend ‘roekoe roekoe’ zit te roepen.”
“Dat is vermoedelijk een houtduif, meneer.”
“Nou, hout of geen hout, dat beest klinkt alsof hij inwendig ergens vreselijke kramp heeft.”
“Wilt u dat wij hier een melding van maken?”
“Graag. En zet er dan even bij dat het niet gezellig is.”
Het zijn precies dit soort zaken die ons als organisatie in de lente bezighouden.
Ook de zon keert ieder voorjaar terug op een manier die voor veel mensen als onnodig confronterend wordt ervaren. Eerst maanden afwezig. Dan ineens vol naar binnen. Op de glasoppervlakken. Op de vloer. Op de ontbijttafel. Op het gezicht.
“Goedemorgen u spreek met uw gemeente.”
“Goedemorgen.” “Dat licht komt hier ineens wel héél eerlijk binnen.”
“Eerlijk?”
“Ja, je ziet ineen alles. Stof, kruimels, jezelf. Dat hoeft van mij niet op dinsdagochtend.”
Daar valt natuurlijk iets voor te zeggen. Winterlicht is nog een soort vrijblijvendheid. Lentezon is direct. Alles blootleggend. Bijna beschuldigend.
En het gaat natuurlijk ook zeer regelmatig over stuifmeel. Dat gele gruis dat overal op neerdaalt alsof de natuur besloten heeft dat geel de nieuwe verplichte trend is.
“Goedemorgen u spreek met uw gemeente.”
“Ja, hallo, mijn auto is geel.”
“Van zichzelf of sinds vandaag?”
“Sinds vannacht.”
“Dan gaat het vermoedelijk om pollen.”
“Pollen?”
“Stuifmeel, mevrouw.”
“En van wie komt dat?”
“Dat is lastig te zeggen.”
“Nou, hier in de straat staat een berk en die kijkt anders behoorlijk schuldig.”
De berk is in dit dossier een terugkerende naam. Ogenschijnlijk een gewone boom, maar in de praktijk voor veel inwoners de hofleverancier van jeuk, niesbuien en een motorkap alsof er een zak kerrie overheen is gewaaid.
“Kan die berk dan niet ergens anders?”
“Een volwassen boom verplaatsen is niet eenvoudig, mevrouw.”
“Niezen is óók niet eenvoudig!”
Ook sociaal zorgt de lente voor ontregeling. Mensen gaan ineens buiten zitten. Op bankjes. In tuinen. Op inklapstoeltjes in schreeuwende kleuren die daarvoor maandenlang gewoon lekker onzichtbaar in een schuur hebben gestaan.
“Goedemiddag, u spreekt met uw gemeente.”
“Ja, goedemiddag. moet u luisteren: de overburen zitten buiten!”
“En wat is uw vraag daarover?”
“Of dat nu alweer mag.”
“Het is mooi weer, meneer.”
“Ja, dat zie ik ook wel. Maar ze zitten er zo definitief.”
Dat is het punt. De lente brengt niet alleen natuur op gang, maar ook gedrag. Kinderen keren terug in speeltuinen. Buren beginnen heggen te bespreken. Mensen lopen in T-shirts rond. Er verschijnt plotseling een man in korte broek in het straatbeeld, vaak zonder overgang, meestal met blote kuiten, en altijd met een uitstraling alsof hij hier zelf ook niets aan kan doen.
“Goedemiddag, u spreekt met uw gemeente.”
“Ja, ik wil geen klacht indienen, meer een zorg uiten.”
“Gaat uw gang.”
“Mijn buurman loopt sinds gisteren in een korte broek.”
“Oh?”
“Het been is weer zichtbaar.”
“Dat is op zichzelf niet verboden.”
“Misschien niet, maar fraai is anders.”
Als laatste de insecten. Bijen, hommels, wespen. Van die exemplaren die met grote overtuiging tegen ramen aanvliegen alsof ze binnen een afspraak hebben maar de ingang niet kunnen vinden.
“Goedemorgen u spreekt met uw gemeente.”
“Goedemorgen. Hier hangt een hommel voor het keukenraam.”
“Dat kan gebeuren.”
“Ja, maar hij hangt er doelgericht.”
“Wat zou u willen dat wij doen?”
“Gewoon even noteren dat hij er is. Mocht het escaleren dan ligt dat vast.”
Het zegt iets over hoe mensen de lente ervaren: als een opeenstapeling van kleine ongevraagde ontwikkelingen. Vogels, bloesem, de zon. Pollen of insecten. Dan daarbovenop een buurman in een korte broek. Op zichzelf allemaal behapbaar. Maar alles tegelijk? Dat is te veel voor een donderdag.
Bij SociaalPlus nemen wij dat serieus. Niet omdat de lente stopgezet kan worden, we moeten wel realistisch blijven, maar omdat het helpt als mensen ergens terechtkunnen met hun verwarring.
Want verwarring is er.
“Waarom is alles ineens groen?”
“Waarom ruikt het buiten plots naar buiten?”
“Waarom zijn er wespen?”
“Waarom zijn het er meteen zoveel?”
Terechte vragen. Niet alle vragen behoeven direct een antwoord. Soms is erkenning voldoende.
Dus belt u met de melding dat de magnolia tegenover uw woning “wel erg feestelijk heeft uitpakt”? Of dat u last heeft van een vogel met geldingsdrang? Of dat uw auto door de berk in een experimentele kleurstelling is terechtgekomen?
Dan bent u niet de enige.
De lente doet namelijk ieder jaar weer hetzelfde met een vanzelfsprekendheid die voor veel mensen ronduit provocerend is.
Zonder vergunning.
Zonder inspraak.
En dat alles zonder ook maar één briefje in de bus.